Joop Beljon / 1998
Johannes Jacobus (Joop) Beljon (Schoten, 1922 – Oud-Beijerland, 2002) ontvangt in 1998 de eerste Wilhelminaring. Opgeleid door beeldhouwer Theo van Reijn en schilder Floris de Groot, ontwikkelt Beljon zich onder meer als beeldhouwer, vormgevingskunstenaar, typograaf en sieraadontwerper. Als directeur van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (1957-1985) is hij medeoprichter van een vernieuwende typografieafdeling.
Samengaan disciplines
Typerend voor Beljons werk is het samengaan van diverse vormgevingsdisciplines. Zijn omgevingskunst ontstaat vaak in samenwerking met architecten, zoals zijn fontein op het Tilburgse Willemsplein (1972), die ook wel vergeleken wordt met Frank Lloyd Wrights Fallingwater.
De Stad zonder einde
Zijn magnum opus is De Stad zonder einde. Ruim 15 jaar werkt hij samen met kunstenaar Ellen Vos aan dit imaginaire universum, dat eerst in boetseerwas gemaakt en later in brons gegoten wordt. Het bijna vier vierkante meter grote kunstwerk toont een imaginaire stad met bouwsels, pleinen en kathedralen en is een synthese tussen sculptuur en architectuur.
Erkenning en bijdrage beeldhouwkunst
Beljon realiseert ook werken in Mexico, de Verenigde Staten, Bahrein en Israël, waardoor zijn visie op ruimtelijke vormgeving ook internationaal erkend wordt. Met zijn rijke oeuvre levert hij een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van beeldhouwkunst in Nederland. Dit doet hij ook door er als schrijver en kunstrecensent op te reflecteren.
De Versmelting | 7 juni 2000
De Versmelting is een zeven meter hoog abstract beeld, dat door de materiaalkeuze heel goed in het Sprengenpark past: het is gemaakt van cortenstaal, dat na verloop van tijd een mooie roodbruine kleur krijgt en daarmee harmonieus opgaat in de omgeving. Tegelijkertijd vormt het beeld met de rechte vlakken en lijnen, en met de verschillende aan- en doorzichten een contrast met het groen.
Proeve tot verbeelding
Zelf zegt Beljon hierover: “Een proeve tot verbeelding van wat zou kunnen gebeuren als de Schepper zelf zou hebben gepoogd een boom uit staal te maken.” Zijn beeld is een ‘versmelting’ tussen architectonische vormen met een mens- en een boomfiguur.
De Versmelting is samen met de beelden van de overige winnaars te zien in het Apeldoornse Sprengenpark (Sprengenparklaan, tussen de Asselsestraat en de John F. Kennedylaan). Een overzicht van deze beelden vind je op de plattegrond, waar ook een korte wandelroute op is aangegeven.
Monumentale ring
Voor het ontwerp van deze allereerste Wilhelminaring zijn drie Apeldoornse edelsmeden gevraagd een ontwerpvoorstel voor een ‘monumentale’ ring te maken: Lara Kassenaar, Rob Froeling en Cees de Vries.
De keuze is op het ontwerp van Lara Kassenaar gevallen, die zich voor de vorm heeft laten inspireren door het Apeldoornse monument De Naald. Deze obelisk is in 1901 ter gelegenheid van het huwelijk van koningin Wilhelmina en prins Hendrik als nationaal huldeblijk aangeboden. Ook qua omvang is de ring een monumentaal object: deze zilveren ring is 15 centimeter hoog en weegt 300 gram.
Kassenaar zegt daarover: ”De ring kan uit elkaar gehaald worden, waarbij je de ring zelf, twee draagbare tussenringen, het voetstukje en de obelisk overhoudt. Die laatste kun je dan als apart collier dragen. Behalve een schroevendraaier is bij deze ring ook een ketting bijgeleverd.”
Beeldspraak
Ik denk al niet meer te verwijzen
maar ik kom voort uit een grammatica
die wil dat verticalen stijgen,
een oud verlangen achterna.
Zij zouden uit het zicht verdwijnen
als niet hun klim werd onderbroken
zodat ik opgaand tussen bomen
de vreemde en hun vriend kan blijven.
Ed Leeflang (1929-2008)
Roel Teeuwen, Joost Barbiers, Ruud Spruit, Elmira van Dooren, Frits Bless, H. Fernhout en Dorothea Cannegieter.