Tirzo Martha / 2019
Tirzo Martha (Willemstad – Curaçao, 1965) is beeldhouwer, cineast, schrijver en performancekunstenaar en woont en werkt op Curaçao en in Nederland. In de jaren tachtig studeert hij achtereenvolgens aan de Akademia di Arte Korsou in Willemstad, de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en aan de Frans Molenaar Modeschool. Samen met David Bade richt hij in 2006 het Instituto Buena Bista (IBB) in Willemstad op, een kunstinstituut waar lokale talentvolle jongeren voorbereid worden op een vervolgopleiding in onder andere Nederland, de Verenigde Staten en Cuba.
Zijn installaties en beelden zijn vaak een samenwerking met mensen uit alle lagen van de bevolking. Zijn solo-expositie No Excuses in Museum Beelden aan Zee (2017/2018) is voor veel mensen in Nederland een eerste kennismaking met zijn werk. De Jap Sam Books publicatie, I Wonder If They’ll Laugh When I’m Dead, plaatst zijn werk in een levendige en actieve internationale context met de Caraïben als centrum.
Speels, veelzijdig en ontwapenend
Martha’s beelden vallen op door hun geconcentreerde speelsheid en door onconventioneel en vernieuwend materiaalgebruik, dat dwars staat op het aloude idioom van marmer, staal, stam. Emmers, wasknijpers, autobanden, tekstborden en afgedankte spullen vormen de grondstoffen van zijn assemblages en sculpturen. Zijn werk verrast met beeldtaal waarin humor en ernst, en onnavolgbare lichtheid en plotselinge scherpte elkaar in onvoorspelbare ritmes afwisselen en toch weten te harmoniëren.
Samenwerking en betrokkenheid
Martha is een scherp commentator, die niet aan de zijlijn blijft staan maar zich als kunstenaar actief inzet op zowel Curaçao als in Nederland. Voorbeelden hiervan zijn het eerdergenoemde Instituto Buena Bista en het All you can Art-project in de Kunsthal in Rotterdam. Het lukt Martha zijn maatschappelijke betrokkenheid en artistieke eigenheid zo samen te brengen, dat zijn beelden zonder hun aanleiding of oorsprong te verliezen een grotere zeggingskracht krijgen. Graag houdt hij zijn medemens een ironische spiegel voor; niet als een dominee of schoolmeester, maar direct en hands on. Hij zoekt zijn publiek op en maakt zijn werk graag te midden van en met mensen.
Overcoming Ourselves In Order To Overcome | 2020
Negen inwoners van Apeldoorn hebben aan dit kunstwerk meegewerkt. Ze hebben objecten meegebracht, die hun band met de stad symboliseren. Deze objecten zijn allemaal in het beeld verwerkt en dat maakt het tot een uniek kunstwerk.
Overcoming Ourselves In Order To Overcome is zijn tweede werk in de publieke ruimte in Nederland; het eerste is De dematerialisatie van de vijf geboden in de vijf zintuigen (2019) in Den Haag. Martha: “Bij het creëren van dit werk zijn drie principes leidend geweest: balans, stapelen en dragen. Met ontzag denk ik aan de oude tempels, bijvoorbeeld in Peru. Eeuwen later zijn we nog steeds diep onder de indruk. Stapelen is een klassieke vorm van beeldhouwen. Ik vind het mooi om op dat eeuwenoude principe in deze tijd terug te vallen. Van de negen inwoners die aan dit kunstwerk meegewerkt hebben, wonen sommigen al generaties lang in de stad, terwijl anderen op een bepaald moment in hun leven er zijn komen wonen.”
Overcoming Ourselves In Order To Overcome is samen met de beelden van de overige winnaars te zien in het Apeldoornse Sprengenpark (Sprengenparklaan, tussen de Asselsestraat en de John F. Kennedylaan). Een overzicht van deze beelden vind je op de plattegrond, waar ook een korte wandelroute op is aangegeven.
Gestapelde gouden ring
Ted Noten (1956) is beeldend kunstenaar en ontwerper van tassen en sieraden. Uit een gesprek tussen Noten en Martha, dat voor CODA op video vastgelegd is, blijkt dat beide kunstenaars in hun werk een essentiële benadering met elkaar delen. Noten noemt zichzelf beeldend kunstenaar en ‘stapelaar met goud.’ Martha is ook een groot stapelaar: dat wat hij tegenkomt, stapelt hij op elkaar om zo te communiceren met materialen, vormen en volumes.
In Martha’s werk komt het gebruik van autobanden steeds weer terug. Martha: “Ik heb van kleins af aan een soort liefde voor autobanden, omdat ze zo onverwoestbaar zijn. Op Curaçao zie ik ze overal liggen.” De ring die Noten voor Martha ontworpen heeft, kan ook bijna niets anders worden dan een gestapelde vorm: een pronte gouden ring met een schacht in de vorm van een autoband, met daarbovenop een sculpturaal portret van de naamgeefster van de Wilhelminaring.
Ring
Kijk, zegt een man. Open je hand – er lopen zoveel wegen langs
dat je de bestemming niet zult raden. Rem af en luister
naar cicaden, tel de autobanden in het hoge gras,
geef gas en verander in een verre stip.
Wanneer je echt kijkt zie je geen verschil meer tussen steen
en veer, tussen wat je opraapt en zoek maakt – alles
is verhaal, vervormd onder een naam;
naakt, verplaatst, op weg terug.
Neem de grootvader op je rug, sjok tussen de bomen door
en zoek het asfalt op. Iemand remt, iemand stopt,
wordt een stip, een streep, houdt namens jou
de adem in, beweegt.
Kijk, zegt de man. Open je hand – er lopen zoveel wegen langs
dat de kaart steeds verdergaat, tuimelt over eigen randen.
Je bent onderweg. Zelfs wanneer je stil blijft staan
is alles volkomen veranderd
Ester Naomi Perquin (1980)
Lex ter Braak, Ann Demeester, Hanne Hagenaars, David Bade en Gerrit Steenbergen.